Kruiden en specerijen van Spice Drops
Spice Drops, de Indiase kruiden en specerijen die in olie opgelost worden. Ze maken moeilijk houdbare specerijen en smaken op een makkelijke manier bereikbaar, en lossen vooral het probleem van…
Wie lust er geen kaneel? Ik denk dat je maar weinig mensen zal vinden die hun hand opsteken bij deze vraag. Het is een echte allemansvriend, en er zijn zelfs heel wat superfans die er werkelijk niet genoeg van kunnen krijgen. Anderen hebben het dan weer liever wat subtieler.
Wie kaneel zegt denkt spontaan aan zoete gerechten als kaneelbroodjes, apfelstrüdel, speculoos, appelcake, perentaart, appelmoes, rijstpap… maar ook in hartige gerechten wordt kaneel gebruikt. In India is het bijvoorbeeld een onmisbare smaakmaker in hartige gerechten zoals stoofpotten en curries. Kaneel is er een bestanddeel van vele curry-kruidenmengsels, en ook in het Midden-Oosten en Noord-Afrika weet men er vlot weg mee.
Kaneel wordt al eeuwen in verschillende culturen gebruikt. Voor de oude Egyptenaren was het een essentieel onderdeel in hun balsemritueel, en de Romeinen gebruikten het zelfs als parfum. Tegenwoordig is het trouwens nog steeds een onderdeel van heel wat parfums omwille van het warme, kruidige aroma. En wat dacht je van kaneeltandpasta?
Tijdens de Middeleeuwen was kaneel zelfs meer waard dan goud.
Niet alle kaneel is gelijk. De échte kaneel (Cinnamomum verum) neemt het vaak op tegen gelijkaardige producten die ook kaneel worden genoemd (zoals Cinnamomum cassia, Cinnamomum burmannii en Cinnamomum loureiroi). Kaneel is eigenlijk de bast van deze verschillende boomsoorten, en na het drogen worden dit de typische stokjes opgerolde bast die er zo herkenbaar uitzien. Het is geen toeval dat de naam is afgeleid van het Latijnse woord voor stokje, namelijk >canella. Een overzicht van de verschillende soorten:
Ceylon-kaneel komt van de verumboom die vooral in Sri Lanka wordt aangetroffen. Deze kaneel wordt soms beschouwd als de ‘echte’ kaneel, vandaar zijn naam (verum = echt).
Sri Lanka is goed voor 80-90% van de wereldproductie van Ceylon-kaneel. Madagascar, de Seychellen en Tanzania zijn ook grote producenten. Deze kaneel heeft een zachtere, subtielere en verfijndere smaak in vergelijking met andere kaneelsoorten. Hij heeft een natuurlijke zoetheid zonder bittere of scherpe tonen, met hints van citrus, kruidnagel en soms een vleugje bloemen. Ceylon-kaneel heeft een zachte, bijna fluweelachtige smaak die goed past in desserts en verfijnde gerechten.
Hij bevat het minste coumarine van allemaal. Daarom wordt hij vaak als de gezondere keuze gezien voor regelmatig gebruik, vooral in thee, gebak en subtiele gerechten.
Cassia-kaneel komt dan weer van de cassiaboom die het goed doet in China, Indonesië en Vietnam. China en Indonesië zijn de grootste producenten van deze kaneel. Samen zijn ze goed voor 70% van de wereldvoorraad. De meeste kaneel in de internationale handel komt hiervan. Hij heeft een intense kaneelsmaak die langer blijft hangen met lichte peperige of bijna pikante ondertoon. Hij is rijker en zoeter dan Ceylon-kaneel maar is minder complex. In grotere hoeveelheden is er soms een licht bittere nasmaak. Hij heeft een hoog gehalte aan coumarine.
Cinnamomum burmannii of Indonesische kaneel komt voornamelijk van Sumatra en Java. Hij heeft een mildere, zoetere smaak dan cassia-kaneel maar hij bevat ook een hoog gehalte aan courmarine.
Cinnamomum loureiroi of Vietnamese/Saigon-kaneel ten slotte heeft een sterke, pittige en zoete smaak met een hoger gehalte aan essentiële oliën dan Cassia, waardoor hij een intensere kaneelsmaak heeft. Maar ook deze soort bevat relatief veel coumarine.
Alle kaneel bevat coumarine. Het heeft een lichte vanille- en hooi-achtige geur. In kleine hoeveelheden is coumarine onschadelijk, maar bij overmatige consumptie kan het schadelijk zijn voor lever en nieren. Het Europese Agentschap voor Voedselveiligheid heeft de toegelaten dagelijkse inname (TDI) vastgesteld op 0,1 mg per kg lichaamsgewicht per dag. Dit betekent dat:
De hoeveelheid coumarine verschilt sterk per kaneelsoort:
Eén theelepel Cassia-kaneel bevat dus 10 tot 30 mg coumarine, wat veel meer is dan de toegelaten hoeveelheid. Maar natuurlijk eet niemand puur kaneel. Voor Ceylon-kaneel gaat het dan over maximaal 0,2 à 0,3 mg, een heel pak veiliger als je graag veel kaneel gebruikt. Als kaneel helemaal je ding is en je het geen dag kan missen, dan is Ceylon-kaneel de betere keuze om risico’s te vermijden.
Afhankelijk van wat je er juist mee wil doen, kan je kaneelstokjes, -poeder of -extract gebruiken. Bij stokjes of poeder voeg je de kaneel best toe aan het begin van het kookproces zodat het de tijd heeft zijn smaak af te geven. Te veel kaneel kan overheersend zijn. Als het op kaneel aankomt, is een beetje vaak al genoeg.
Smakelijk!
Afbeelding via freepik.com
